The Dwarven Exploits

De terugkeer.

Na het gevecht met de draak Magna, herken ik in Huma de man van de schilderingen. De man die samen met Voldrin Rockreaver, begeleid door Paldine zelf, de eerste Dragonlace heeft gemaakt. Hij die vele draken heeft bevochten en samen met de zilveren draak Quenet de goede draken aan hun kant heeft gekregen. De man die Takhisis heeft verslagen en haar en haar draken verjoeg. 

Het vurige en sterke karakter dat op de schilderingen een groot item is, had ik zojuist als beginnend vlammetje meegemaakt. De emotionele uitdrukking die hij na het gevecht op zijn gezicht had, heb ik echter nog nooit op een schildering mogen aanschouwen. Dit moment zal ik me nog lange tijd herinneren.

Huma is een man van zijn woord en na het gevecht hielpen hij en Arlis ons met het zoeken naar de laatste groene edelsteen. We kammen een groot gedeelte van het complex uit en uiteindelijk vindt Uraren het laatste ontbrekende onderdeel. We nemen afscheid van elkaar en Uraren, Dolak, Norbin, Belrur en ik vertrekken naar de tijd van Gunder Hammerflint. Met behulp van de edelstenen stappen we door het portaal.

We komen aan in een tijd van vrede. Het is diep in de nacht, maar zelfs nu het stil en verlaten is, hangt er een andere sfeer dan die wij kennen. We zoeken een herberg op en vinden een bed voor de nacht. Dolak neemt nog een afzakkertje voor hij zich in een diepe slaap waadt. 

De volgende dag is de handel al in volle gang tegen de tijd wij eindelijk uitgeslapen zijn. We besluiten na het ontbijt de stad te gaan verkennen en op zoek te gaan naar Gunder. We verbazen ons over de hoeveelheid elven die hier rondlopen. Norbin houdt als antwoord een pleidooi over de elven. “Jullie hebben dat niet meegemaakt, maar toen ik nog.. – iets met nu oud, toen jong – .. toen waren de elven handig.” 

Het verblijf van Gunder is niet moeilijk te vinden. Na wat aarzelingen, zeker omtrent onze wapenuitrusting, worden we binnen gelaten. We vragen naar de edelsteen en na nog wat overpeinzingen krijgen we uiteindelijk het belangrijke onderdeel voor onze Ceremoniele Hamer.  Gunder wil zich duidelijk verder zo min mogelijk met de tijd bemoeien, dus we gaan de straten weer in. 

Terwijl we buiten nog wat napraten, raakt Uraren afgeleid door een uithangbord. Er is een alchemisten shop. Vol enthousiasme stapt Uraren naar binnen, maar komt niet veel later weer teleurgesteld naar buiten. Haar kennis over de alchemie in deze tijd is ontoereikend om waardevolle spullen in te slaan.. Dolak slaagt wel in zijn missie om zijn drankvoorraad aan te vullen.

Norbin en ik zijn degene die ons bezig houden met de echt belangrijke zaken: wij wisselen al het goud dat we hebben om in staal ignots. Dit kunnen we tenminste in onze eigen tijd gebruiken om wapens en dergelijke van te maken. Dat zullen we hard nodig hebben in de strijd die gaat komen.

We ontmoeten elkaar weer bij de herberg. ‘s Nachts begeven we ons naar het portaal en gaan via het complex terug naar onze eigen tijd. Het is vreemd om door het complex te lopen. Wetende dat de vroegere jij hier ook heeft gelopen of wellicht gaat lopen. Als we de trap afdalen zien we de ingestorte muur. Nog zo’n vreemd moment: nu te weten dat die muur is ingestort door de klap van Magna’s staart op Uraren. Het gevecht met een draak waarvan, in deze tijd, geen bloedsporen te zien zijn, maar nog wel zo heftig en levendig in het geheugen gegrift. 

Bij het portaal is de gespannen sfeer weer terug: we gaan weer terug naar het vijandige gebied onder Kolbuldir.. Zodra we door het portaal zijn gestapt, komt de muffe geur ons tegemoet en zijn we omringd in een dreigende stilte. We begeven ons voorzichtig naar de lift en houden de omgeving goed in de gaten. Als we bijna bij de lift zijn, komen we op het kruispunt een Roestmonster tegen. Gezien onze hoeveelheid staal, lijkt het mij verstandig om een ignot staal op te offeren voor een vrije doorgang. Norbin gooit het stuk staal langs het Roestmonster op. Precies goed, want het monster pikt de geur op en gaat het naar beneden achterna. 

We komen veilig bij de lift aan en gaan naar boven. Buiten is het nog steeds koud, dus we besluiten snel door te gaan naar Kolbuldir. De sabeltandtijger is niet thuis, waardoor we onze toch gemakkelijk voort kunnen zetten. Nog een heuveltop en dan zijn we thuis.

Comments

Ovina

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.